Gebiedsontwikkeling: langzaam is het nieuwe snel.
Burgers die een duurzame energiecoöperatie starten en het dak van de school willen benutten voor zonnepanelen; bedrijven die willen investeren in branchevreemde activiteiten, die natuurlijk niet overeenkomen met de geldende bestemming; een woonstichting die haar tuinen wil invullen met stadslandbouw in plaats van gazon met randjes schaamgroen; een collectief van jonge ontwerpers die een leegstaand gemeentekantoor willen transformeren naar een woon-werkgebouw. Allemaal voorbeelden van initiatieven waarmee gemeenten worden geconfronteerd.
Een gebruikelijke reactie van de gemeente helpt zo’n initiatief vaak niet verder; te traag en niet gericht op kansen. Gemeenten zijn opzoek naar een nieuwe rolinvulling. Recent onderzoek laat twee tendensen zien. Enerzijds zoeken gemeenten naar mogelijkheden om ‘speelruimte’ te creëren aan het begin van het proces. Anderzijds zoeken zij naar mogelijkheden om zoveel mogelijk risico’s voor de kleinere (vaak eenmalige) initiatiefnemers te reduceren. Beiden vergen meer en ander voorwerk van ambtenaren dan voorheen.
Vroeger werkten zij vanuit het idee van ontwikkelingsplanologie vooral aan contracten met vastgoedontwikkelaars, grondexploitaties en bestemmingsplannen met als doel te komen tot een startpunt voor een snelle en winstgevende bouwproductie. Nu gaat het er vanuit het idee van uitnodigingsplanologie om een integrale visie te vormen in interactie met betrokkenen en wanneer bepaalde ontwikkelingen evident zijn, deze te vertalen naar een simpele set regels die begrijpelijk zijn voor onervaren partijen en binnen deze kaders veel vrijheid geven. Denk aan een kavelpasport bij particulier opdrachtgeverschap.
Meer weten? Download hieronder de volledige column van Gert-Joost Peek, zoals verschenen in Stedebouw & Architectuur.

Gert-Joost Peek


Reactie toevoegen