Studie PBL: de stad als magneet, roltrap en spons
De studie gaat over de verhuisstromen tussen steden en omliggende gemeenten. Gekeken is naar de zes stadsgewesten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Eindhoven en Groningen.
Minder gezinnen de stad uit
Uit de studie komt naar voren dat de stad als een magneet jongeren aantrekt. Zo volgen meer jongeren hoger onderwijs en gaan zij daarvoor naar de grote stad. Daar beginnen ze hun studie- en werkcarrière: het roltrap-effect. Meer dan vroeger blijven zij vervolgens in de stad wonen. Daarnaast trekken gezinnen minder de stad uit.
Het inwonertal in de grote steden is dus gestegen, terwijl de woningbouw is gestagneerd door de economische crisis. Hierbij lijkt de woningvoorraad te fungeren als een spons: de gemiddelde woningbezetting is toegenomen.
Doordat er minder gezinnen uit de stad trekken, is in de omliggende gemeenten het tegenovergestelde het geval. De meeste groeikernen groeien nauwelijks nog en de bevolking zal de komende decennia vergrijzen.
Wederzijdse afhankelijkheid
Het is onzeker of deze sterke groei van de grote Nederlandse steden zal aanhouden. Er zijn aanwijzingen dat de groei op de langere termijn kan stoppen. Zo zal het aantal jongeren niet meer groeien en bereikt de participatie aan het hoger onderwijs zijn maximum. En mogelijk vertrekken gezinnen wel weer uit de grote stad.
Volgens het PLB is het in ieder geval duidelijk dat er een wederzijdse afhankelijkheid is van steden en omliggende gemeenten. Daarom pleit het PLB voor meer regionale afstemming tussen gemeenten.
Voor meer informatie: de publicatie 'De stad: magneet, roltrap en spons; Bevolkingsontwikkelingen in stad en stadsgewest’ van het Planbureau voor de Leefomgeving.

In de studie is ook gekeken naar de stad Utrecht en omliggende gemeenten.


Reactie toevoegen