Meer kansen voor beweegvriendelijke wijken in heel Nederland
Advisering , beschrijving van goede voorbeelden en instrumenten: daar heeft het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB) de afgelopen vier jaar hard aan gewerkt op negen locaties in het land. Dit heeft geresulteerd in de Reisgids Beweegvriendelijke Omgeving.
Reisgids Beweegvriendelijke Omgeving
In de nu verschenen ‘Reisgids Beweegvriendelijke Omgeving’ staat een tien-stappenplan, worden thema’s als groene ruimte en speelruimte uitgediept en worden instrumenten gepresenteerd: een model, een scan, ontwerpprincipes en zelfs een Beweegwijzer app.
In de nu verschenen ‘Reisgids Beweegvriendelijke Omgeving’ staat een tien-stappenplan, worden thema’s als groene ruimte en speelruimte uitgediept en worden instrumenten gepresenteerd: een model, een scan, ontwerpprincipes en zelfs een Beweegwijzer app.
Inspirerende voorbeelden
Op www.nisb.nl/ruimtevoorbewegen zijn de negen pilotgemeenten én nog elf andere inspirerende voorbeelden beschreven. De pilotgemeenten zijn Almere, Amsterdam (Nieuw-West), Rotterdam, ’s-Hertogenbosch (Rosmalen), Deventer (Voorstad-Oost), Ede (Kenniscampus), Heerhugowaard (Edelstenenwijk), Zoetermeer en Bergen op Zoom (Gageldonk-West). De voorbeelden variëren van een hoogwaardig onderwijs- en kennisaanbod in een aantrekkelijke ingerichte omgeving tot een burgerinitiatief en een samenspel tussen woonwijken, sportverenigingen, onderwijs en de gemeente.
Op zijn de negen pilotgemeenten én nog elf andere inspirerende voorbeelden beschreven. De pilotgemeenten zijn Almere, Amsterdam (Nieuw-West), Rotterdam, ’s-Hertogenbosch (Rosmalen), Deventer (Voorstad-Oost), Ede (Kenniscampus), Heerhugowaard (Edelstenenwijk), Zoetermeer en Bergen op Zoom (Gageldonk-West). De voorbeelden variëren van een hoogwaardig onderwijs- en kennisaanbod in een aantrekkelijke ingerichte omgeving tot een burgerinitiatief en een samenspel tussen woonwijken, sportverenigingen, onderwijs en de gemeente.
Ministerie blij met resultaten: en nu aan de slag!
Het ministerie van VWS is erg blij met de resultaten van de pilots en ziet veel kansen voor het benutten van de kennis en ervaring die in de negen gemeenten is opgedaan. Bart Zijlstra, directeur sport van het ministerie van VWS: "De toolbox is een belangrijke bron van informatie voor lokale beleidsmakers en professionals die met het thema beweegvriendelijke omgeving aan de slag willen gaan."
Het ministerie van VWS is erg blij met de resultaten van de pilots en ziet veel kansen voor het benutten van de kennis en ervaring die in de negen gemeenten is opgedaan. Bart Zijlstra, directeur sport van het ministerie van VWS:
Succes vraagt om vervolgstappen
Vijf aanbevelingen van NISB voor een vervolg zijn:
1. ontwikkel certificaten ‘gezonde schoolplein’, in navolging van projecten als de ‘gezonde schoolkantine’;
2. beschrijf ook andere voorbeelden van effectief gebruik van de ruimte: de multifunctionele sportaccommodatie, open sportparken en braakliggende terreinen die als avontuurlijk ‘landje’ om te spelen kunnen dienen;
3. doe praktisch onderzoek naar de inzetbaarheid van normen voor buitenspeelruimte, zoals de Jantje Beton-norm en de gedifferentieerde speelruimtenorm van Rotterdam;
4. doe onderzoek naar de kosteneffectiviteit van investeringen in bvo: wat levert een beweegvriendelijke wijk op in termen van bijvoorbeeld veiligheid, sportdeelname, behalen beweegnorm en leefbaarheid;
5. beschrijf nieuwe vormen van burgerparticipatie bij het ontwikkelen van een beweegvriendelijke omgeving: gemeenten bedenken niet meer vóór de buurt, maar de buurt is zelf aan zet. Hoe richt je dat proces in?
Vijf aanbevelingen van NISB voor een vervolg zijn:1. ontwikkel certificaten ‘gezonde schoolplein’, in navolging van projecten als de ‘gezonde schoolkantine’;2. beschrijf ook andere voorbeelden van effectief gebruik van de ruimte: de multifunctionele sportaccommodatie, open sportparken en braakliggende terreinen die als avontuurlijk ‘landje’ om te spelen kunnen dienen;3. doe praktisch onderzoek naar de inzetbaarheid van normen voor buitenspeelruimte, zoals de Jantje Beton-norm en de gedifferentieerde speelruimtenorm van Rotterdam;4. doe onderzoek naar de kosteneffectiviteit van investeringen in bvo: wat levert een beweegvriendelijke wijk op in termen van bijvoorbeeld veiligheid, sportdeelname, behalen beweegnorm en leefbaarheid;5. beschrijf nieuwe vormen van burgerparticipatie bij het ontwikkelen van een beweegvriendelijke omgeving: gemeenten bedenken niet meer vóór de buurt, maar de buurt is zelf aan zet. Hoe richt je dat proces in?



Reactie toevoegen